Stemmen voor de kat z’n viool

Ik kan zinvollere manieren bedenken om mijn tijd te vergallen dan met politiek. Bijvoorbeeld door mijn handen in mijn schoenen te steken en met mijn hoofd tegen de muur te lopen. De vage leuzen en slappe ruggengratentaal tijdens verkiezingen wakkeren spontaan een gestaald anarchisme in mij aan. Iedere keer besluit ik daarom weer halsstarrig niet deel te nemen aan dit ijdele proces. Ik ga nog liever kijken hoe het gras groeit.

Ooit achtte ik mij toch genoodzaakt een stem uit te brengen. Ik stemde — net als de meerderheid van de Nederlandse kiezers — tegen de Europese Grondwet. Met een zogenaamd alternatief verdrag, waarin de belangrijkste onderdelen van deze grondwet terugkeerden, alleen anders geformuleerd, zette ons kabinet uiteindelijk alsnog zijn handtekening. Zonder excuus of duidelijke conclusie, maar vooral zonder een nieuw referendum.

Niet alleen de uitslag stelde mij teleur; vooral de manier waarop de politiek daarna verderging, gaf mij het gevoel dat mijn stem slechts welkom was zolang zij het gewenste antwoord opleverde.

Is het dan vreemd dat ik mij bedrogen voel en mij wantrouwend uitlaat over de regering? Als kiezer voelde ik mij compleet genegeerd en buitengesloten. Het werd mij zonneklaar dat het volk nauwelijks de macht bezit om werkelijk verschil te maken binnen een systeem dat zichzelf democratisch noemt. Doodsrom si eitarcomed!

Iemand verweet mij eens dat ik, als ik niet ging stemmen, ook geen recht van spreken had. Pardon? De vrijheid van meningsuiting is een van de kernpunten van onze rechtsstaat. Ik hoef niet eerst als een bruikbare idioot tegen wil en dank naar de stembus om te mogen uiten wat ik hier schrijf.

Dat argument is net zo onzinnig als een emmer water over iemand leeggooien en hem vervolgens gebieden niet nat te worden. De bezopen en willekeurige besluiten van de overheid krijgen we immers allemaal over ons heen. Of je nu iets met je stem doet of niet: je zult meuren door hun daden — en je hebt er weinig over te willen.

Het is eigenlijk ongelooflijk hoeveel mensen onvoorwaardelijk blijven geloven in de poppenkast waarin politici zichzelf met stalen gezichten tweemaal in dezelfde rede tegenspreken. Voor de verkiezingen praten ze de mensen naar de mond; zodra ze een meerderheid hebben, gooien ze hun standpunten zonder veel moeite overboord.

De schijn van democratie oogt niet eens meer solide. De versierde voorgevel van onze politiek vertoont scheuren en het fundament lijkt steeds minder in staat het pand te dragen. Je hoeft geen afgestudeerde constructeur te zijn om dat te kunnen zien.

Wie geen hardhouten plank voor zijn kop heeft, merkt hoe groot de invloed van Brussel inmiddels is. In de kamers van de Staten-Generaal zijn ze voortdurend met van alles in de weer, maar zelden met iets wat voor de gewone burger concreet of herkenbaar is. Er wordt de indruk gewekt dat er belangrijke beslissingen worden genomen, compromissen worden gesloten en dat het volk wordt vertegenwoordigd. De kernvragen blijven echter dikwijls onbeantwoord. Besluiten met grote gevolgen verdwijnen in verdragen, commissies en achterkamertjes, ver buiten het zicht van de mensen die ermee moeten leven.

Vergeet bovendien niet de invloed van buitensporige machtsstructuren rond banken, multinationals en enorme technologiebedrijven. Organisaties met vrijwel onbeperkte financiële middelen beschikken vanzelfsprekend over meer toegang en invloed dan een gewone burger. Hetzelfde geldt voor de superrijken, van wie sommigen openlijk pleiten voor verregaande globalisering en minder nationale zeggenschap.

Je hoeft niet meteen in een allesomvattend complot te geloven om je af te vragen hoeveel invloed zulke partijen uitoefenen op de politiek, de media, de gezondheidszorg en zelfs het onderwijs. Soms klinkt het idee dat macht zich steeds verder concentreert mij geloofwaardiger in de oren dan de apenkool die een politicus in de Tweede Kamer staat te blaten.

In elk geval kun je bij de volgende verkiezingen misschien beter proberen tegen de maan aan te pissen. De kans op succes lijkt soms groter dan de kans dat je met je stem werkelijk iets verandert.

Ik geloof niet in onze democratie zoals zij nu functioneert. Ook geloof ik niet dat politici uitsluitend handelen vanuit het algemeen belang. Eigenbelang, macht en de bevrediging van het eigen idealisme spelen onvermijdelijk een rol.

Ik ga dus niet stemmen. Iemand die niet in een god gelooft, gaat immers ook niet bidden in een gebedshuis.

Volgens mij kun je je het beste zo veel mogelijk afzijdig houden van alles wat met politiek te maken heeft. Het is slecht voor je gezondheid en meestal pure tijdverspilling. Alleen al door dit artikel te schrijven hebben mijn bloedvaten te lang onder hoge druk gestaan en heb ik er meer tijd aan verkwist dan mij lief is.

Maatschappelijke problemen worden nu eenmaal zelden door de politiek opgelost. Politici onderhandelen vooral over macht en economische belangen, niet over de rechtvaardige maatschappij die zij tijdens verkiezingen zo graag beloven.

Leef daarom naar je beste intenties en probeer uit te stijgen boven de waan van de dag. Politieke besluiten zullen nog altijd invloed op je leven hebben, maar je behoudt tenminste je eigenwaarde.

Wie werkelijk voor een rechtvaardige samenleving wil vechten, moet daar niet alleen voor stemmen. Hij moet ernaar handelen — als gewoon burger.

01022020 BjornKnoops