POËZIE

gedichten

Taal voor wat zich niet eenvoudig laat zeggen.

 


Een selectie van gedichten over verlangen, verlies, verstilling en het licht dat soms door alles heen breekt.

Purperen uren

In dichte, lome avondgloed
waar gouden uren breken
laat wat bezwaard lag in het bloed
zich zonder naam ontsteken

Het vlees hervindt zijn oude taal
van woordeloos verlangen
de rede wordt er broos en kaal
de zinnen stil bevangen

Geen tijd die nog de polsen bindt
de adem losgelaten
het lichaam vindt, voor grenzen blind
wat wetten nimmer maten

Punctum

zie mij hier staan
ik geef mij bloot aan jou

schaduwen vervliegen
de wereld is al weg

ik ben door jou gezien
en dus gered


Minnespel

 

In het blakende minnegloed

Met teder venusspelen

Het ondermaanse leven

Tot hoger heil ontstegen

Hemelzoet voor even

Langs tijd en zinnen raken

De laatste vrijheid geven

De kleine dood genaken

 

 

Zal ik ooit zijn

Waar ik ben

Waar het genoegen om te zijn

Genoeg is

Om niet gering te zijn?

  

ik mis
ik mis met heel mijn lichaam
waarom anders
dit beven onder de huid,
de koorts van aanraking,
de schok wanneer vingers
de grens van de ander overschrijden
en plotseling
thuiskomen?

Liefde is

Samen

Kleuren voelen

Geuren vangen

Lucht doen schudden

Klanken schampen

Licht ontvlammen

Leven smeden

als je ogen stralen
niet meer weg willen
je wangen kleur dragen
je adem hapert
je hart te snel slaat
je knieën zachter
dan ze waren
en je lichaam
zonder vragen
meegaat
wie zou dan nog denken
dat dit niets is

blief nog eve
noe 't leech verdwient
aan de randj van de nach
en de ierste stèrre
ós zwiege verstaon

Als ik jou ooit vergeet

Laat mij dan ook vergeten

Het roeren en bewegen

Van mens, aarde, planeten

Hoe de dag scheidt van de nacht

Wat honger is en dorst

Als ik niet meer denk aan jou

Dat blakend vuur niet voel

Ter hoogte van mijn borst

 

 

Knielend aan haar voeten

Verlang ik niet meer te verkrijgen

Dan die van zielsgenoegen

Bloemzoete aanblik

Mij op die goede grond

Het menszijn

Te zien ontstijgen

Nog nooit zag ik sterren

Rijker dan die ogen

Fonkelen en gloren

Gelijk mijn hart bewogen

Mijn adem ontnomen

Een pracht

Zo onzegbaar

Een zonder welke de wereld

IJdel en onvolkomen

 

Tijd glijdt door open kieren
Geen echo keert meer terug
Wat ooit gewicht bezat
Verdwijnt in zwijgen
Waar stilte zichzelf verliest