Ben Stada lijkt voor pech geboren. Hij wordt door zijn moeder verstoten en van zijn vader ontbreekt elk spoor. Een liefdeloze, nare jeugd tekent zijn leven en dat uit zich in wantrouwen en angst. Hij hekelt zijn bestaan en dat van zijn medemens en hij heeft er gegronde redenen voor. Eenzaam en in afzondering ontwikkelt hij een contactstoornis, lijdt hij aan smetvrees, onzekerheid en depressie en raakt steeds verder vervreemd van de samenleving.

Wanneer hij wordt ontslagen uit de kliniek waarin hij na de zoveelste zelfmoordpoging was opgenomen, valt hem de wereld die voor hem ligt zwaarder dan voorheen en blijkt een denkbeeldige vriend uit zijn jeugd ineens weer terug te zijn. Geheel tegen zijn wil en kunnen in wordt hij geacht te integreren, krijgt een baan toegewezen en schiet daar op alle fronten tekort. Hij wordt verliefd op Ana, maar zijn hartenkreet wordt niet beantwoord. De onbereikbare vreugde waar hij naar verlangt maakt zijn lijden nog ondraaglijker. Ten slotte gebeuren er steeds meer dingen die niet rijmen. Het gaat hem onder zijn huid zitten… tot hij uit zijn vel springt.

 

 

Uitgeverij Leon van Dorp