NU VERKRIJGBAAR

Ben Stada lijkt voor pech geboren. Hij wordt door zijn moeder verstoten en van zijn vader ontbreekt elk spoor. Een liefdeloze, nare jeugd tekent zijn leven en dat uit zich in wantrouwen en angst. Hij hekelt zijn bestaan en dat van zijn medemens en hij heeft er gegronde redenen voor. Eenzaam en in afzondering ontwikkelt hij een contactstoornis, lijdt hij aan smetvrees, onzekerheid en depressie en raakt steeds verder vervreemd van de samenleving.

Wanneer hij wordt ontslagen uit de kliniek waarin hij na de zoveelste zelfmoordpoging was opgenomen, valt hem de wereld die voor hem ligt zwaarder dan voorheen en blijkt een denkbeeldige vriend uit zijn jeugd ineens weer terug te zijn. Geheel tegen zijn wil en kunnen in wordt hij geacht te integreren, krijgt een baan toegewezen en schiet daar op alle fronten tekort. Hij wordt verliefd op Ana, maar zijn hartenkreet wordt niet beantwoord. De onbereikbare vreugde waar hij naar verlangt maakt zijn lijden nog ondraaglijker. Ten slotte gebeuren er steeds meer dingen die niet rijmen. Het gaat hem onder zijn huid zitten… tot hij uit zijn vel springt.


Fragment

 

Vanaf het moment van mijn geboorte gruwel ik van de wereld waarin ik ben terechtgekomen. Als een verkreukeld wezen verzette ik me tegen de eerste ademhaling die mij dwong de buitenwereld binnen te laten, of ik dat nu wilde of niet, met als faliekant gevolg dat iemand mij op haar schoot kieperde en rigoureus mijn broze toges begon af te ranselen totdat ik, mijn aangeboren reinheid regelrecht verminkt, bezweek en schreide als een mager speenvarken. Daarna pleurde ze me in een koud bad, waarna ik werd schoongemaakt en gedeponeerd bij de vrouw die mij gebaard had. Datzelfde postnataal gestoorde mens probeerde mij enkele weken later te sauteren in haar oven, maar dat faalde omdat orthodoxe terroristen net succesvol een aanslag op de lokale energiecentrale hadden gepleegd, waardoor de hele regio zonder stroom zat. Dat dit toeval is, is alleen met verstandelijke capaciteit denkbaar.
 Het ontbreekt aan de nodige klaarheid wat betreft de beweeg-redenen die mijn moeder moet hebben gehad. De oppervlak-kige beschouwingen van omwonenden duidden in elk geval op veel onbegrip. Niemand kon tenslotte onderkennen dat ze ooit eerder een spoor van waanzin had nagelaten. Omstanders waren met stomheid geslagen toen ze haar compleet verward en buiten zinnen door de straten zagen rennen en voor velen van hen was de nodige nazorg onontbeerlijk nadat ze hadden moeten toezien hoe de grille van een loeiende brandweerwagen haar met gezwinde spoed schepte - een frontale onstuimigheid met als resultaat dat haar lichaam in maar liefst negen delen uit elkaar spatte.    
  Van het mannelijke equivalent dat verantwoordelijk wordt geacht voor mijn conceptie ontbreekt verder elk spoor, net als van iedere andere vorm van verwantschap, waardoor ik vanuit de oven regelrecht naar een internaat ging. Het is zowel een kwaal als een zegen dat ik me dit alles niet herinneren kan. Het staat daarentegen allemaal kort en bondig samengevat in een bundel papieren die ik meedraag als een nutteloze last.   
  Ik las eens in een peerreview dat kinderen de gehele capaciteit van hun geheugen gebruiken om zich een taal eigen te maken en de wereld om hen heen te leren kennen, waardoor ze de neurale architectuur missen die nodig is om herinneringen te vormen en in stand te houden. Ondertussen zeul ik met mijn vleesgeworden neerslachtigheid over de ondermijnde aarde met de ironische bijsmaak dat ik het te danken heb aan moorddadige terroristen.