Plankenkoorts

In mijn debuutroman Geestvreter beschrijf ik de belevenissen van een jongeman die worstelt met depressiviteit en die zijn draai niet kan vinden in de in zijn ogen zieke en roekeloze samenleving. Het is een bittere pil, vooral door de langere zinnen en diepzinnige mijmeringen van de hoofdpersoon, maar meer nog omdat het indirect een aanklacht is tegen het gebrek aan empathie dat onze maatschappij zo kenmerkt.

Ik had al van alles geschreven, maar dit was mijn eerste manuscript dat ik in de juiste mate kon waarderen. De reacties van degenen die ik het had laten lezen waren bovendien erg positief. ‘Bloemrijk geschreven,’ zeiden ze. ‘Pakkend, met de nodige dosis (zwarte) humor om de zwaarte even weg te nemen’ en ‘soms greep het naar de keel’ – feedback die ik wel kon honoreren. In alle nederigheid aanvaarde ik het gevoel van voldoening dat bezit van mij nam toen iemand (een vreemd paar ogen die ik ernaar had laten kijken) vroeg waarom ik het nog niet naar een uitgever had gestuurd – iets wat ik, niet zonder een tijd lang te hebben gedraald en geaarzeld, uiteindelijk ook deed. In een ongewoon goede bui besloot ik het manuscript zelfs naar meerdere uitgevers te sturen. Niet geschoten is altijd mis, dacht ik.

Echter, eenmaal een schot gelost in de literaire wereld kun je wachten tot je een ons weegt.
Het kortstondige enthousiasme om het script rond te sturen was een zeldzame stuiptrekking van me geweest en ik stond inmiddels weer met beide benen op de grond toen ik uiteindelijk door een uitgever vriendelijk bedankt werd (keihard afgewezen dus – hoe subtiel en constructief dat ook werd meegedeeld). Ik was degenen al vergeten waarvan ik verder nooit iets vernomen heb.

Maar opeens, op een onverwacht moment, ging mijn telefoon en had ik een uitgever aan de lijn van wie ik de interesse had gewekt. Hij vertelde me dat het script hem had aangegrepen en hij bood aan om een afspraak te maken om een eventuele samenwerking te bespreken.
Ik ben doorgaans huiverig met trots, maar ik had ineens een glimlach op mijn gezicht en mijn lichaam hief zich ter plekke op. Warempel kreeg ik dezelfde week nog een mooie handgeschreven brief van een andere uitgever met eenzelfde voorstel en ik was de koning te rijk. Ik besloot op het aanbod in te gaan van degene die mij hoogstpersoonlijk had gebeld: Uitgeverij Leon van Dorp, die ernaar streeft alleen boeken uit te geven die ertoe doen.

En ineens kreeg ik een contract aangeboden en ging de bal rollen. Er werd een redactie op losgelaten en er werd een opmaak van het binnenwerk gemaakt, alsmede een prachtige cover. Het leek nu toch echt te gaan gebeuren. Ik had een boek geschreven en het zou daadwerkelijk gepubliceerd worden. Ik – een onbekende, in zichzelf gekeerde sterveling, die nota bene ooit van school was afgetrapt. Wat hield ik me eigenlijk wel niet voor? De twijfel begon ineens toe te nemen, vooral in mezelf – het werd een immens obstakel op weg naar de release.

Een boekpresentatie zou een mooie manier zijn om mezelf als schrijver voor te stellen en om aandacht te trekken voor het boek – aldus de uitgever. Het zweet brak me aan alle kanten uit. ‘Boek presenteren?’ panikeerde ik. ‘Aan wie?’ Ik kreeg al rode vlekken in mijn nek van de stress. Doormiddel van schrijven kon ik uitgesproken spuien, kon ik mijn ei kwijt en durfde ik het achterste van mijn tong te laten zien; verbaal wist ik nooit zoveel indruk te maken en wilde ik nog weleens een flater slaan. Laat staan dat ik een menigte zou moeten toespreken in het openbaar.
Intussen raakte ik steeds meer verlamd van angst om dit verhaal – dat ook nog eens onopzettelijk gelijkenissen met mijn eigen identiteit weergaf – bloot te geven. Ineens wilde ik terugkrabbelen, was ik bang voor kritiek – die niet onder stoelen of banken zou worden gestoken – en kwam ik in een spiraal van irreële gedachten terecht die mijn zelfbeeld aantastte.

De redacteur trachtte me gerust te stellen, zo vriendelijk als gelaten hij bleek te zijn. Zodra ik het eerste exemplaar in mijn handen zou hebben en de geur van verse drukinkt op zou snuiven zouden alle zorgen zijn verdwenen. Op de dag van de presentatie zou ik kunnen genieten van alle aandacht en hij verzekerde me daarbij dat ik in een warm bad zou vallen.

Maar ik was er niet sterk van overtuigd, sliep slecht en zat voortdurend met mijn benen te wiebelen.

Totdat, op een doodnormale dag, ik net mijn werkschoenen had uitgetrokken en op weg was naar de keuken voor koffie toen de deurbel mij uit mijn routine trok. Er werd een pakket bezorgd, gericht aan mij. Ik opende het en liet een boek van hoogwaardige kwaliteit in mijn handen glijden. De glans deed het ontwerp nog meer tot zijn recht komen en het binnenwerk was vakkundig opgemaakt. Het was nog een proefexemplaar, maar het was reeds volmaakt. En op de cover, boven de titel, prijkte mijn naam. Ik ben normaal voorzichtig met trots, maar op dat moment was ik het. Het zou misschien geen bestseller worden, maar toch, ik had dit maar even gedaan. Alle zorgen vielen van mij af en ik kon ineens weer normaal ademhalen. Laat die release maar komen, dacht ik, en laten we een heuse boekpresentatie houden – die dag zal ik grijpen en koesteren en nauw aan mijn hart houden.

29112020 BjornKnoops