Alsof er nog tijd is

 

Ik ga dood.
Niet morgen per se. Misschien ook niet binnenkort. Maar zeker weten wel.

Jij ook trouwens.

Geen uitzondering, geen uitstel. Of je nu vroeg opstaat met groene smoothies en discipline, of pas tegen de middag tot leven komt met koffie en spijt – de uitkomst is identiek. Jong, oud, briljant of volkomen verdwaald: de dood komt gewoon langs. Zonder afspraak. Zonder excuus.

We weten dit allemaal. En toch doen we alsof dat niet zo is.

We behandelen hem als een sociaal onhandige oom op een verjaardag. We weten dat hij er is, maar doen alsof we hem niet zien. We lachen iets harder, praten iets sneller, en hopen dat hij vanzelf weer vertrekt. Spoiler-alert: dat doet hij niet.

Alles valt te overleven, behalve de dood.

Dat maakt ons meteen gelijk.

En het is het enige dat absoluut zeker is in dit leven. Niet succes. Niet geluk. Zelfs niet wie je denkt te zijn. Alleen dit.

Maar het blijft een ongemakkelijk onderwerp. Net als het zadel van mijn fiets – alleen daar mag ik wél over klagen

Ja, het leven is te kort om lang over de dood na te denken – voor je het weet ben je vergeten er iets van te maken.

In het land der levenden brokkelt alles langzaam af. Lichamen, herinneringen, relaties, zekerheden. Je kunt leven als een koning of als een minimalist met één stoel en een plant – de uitkomst blijft hetzelfde. Alles wat begint, eindigt.

Behalve misschien onze neiging om te doen alsof dat niet zo is.

Sommige mensen zijn zo bang voor de dood dat ze het leven vermijden. Alsof stil blijven staan veiliger is dan bewegen. Alsof je de afgrond kunt ontwijken door je ogen dicht te doen.

Anderen doen het tegenovergestelde. Ze leven alsof de dood niet bestaat. Alsof er altijd nog tijd is.

Het klinkt als vrijheid, maar het is uitstel.

Dus wat blijft er over?

Wat er na de dood komt is het grootste raadsel. De verbeelding schiet tekort. Er zijn genoeg antwoorden, maar geen dat standhoudt.

Misschien houdt het gewoon op. Wie zal het zeggen.

We plannen, bouwen, sparen, optimaliseren ondertussen. Alsof het leven een project is dat we netjes kunnen afronden. Maar de dood leest geen draaiboeken.

Misschien ligt de waarde niet in hoe lang iets duurt, maar in dát het gebeurt. Een moment hoeft niet eeuwig te zijn om echt te zijn. Juist omdat het eindig is, krijgt het gewicht.

We vinden een zonsondergang niet minder mooi omdat hij verdwijnt.

Maar vóór die tijd valt er nog iets te kiezen.

Niet het ontkennen van de dood. Ook niet het obsessief overdenken ervan. Maar iets eenvoudigers: het besef dat hij er is – en dat dat precies is wat het leven scherp maakt.

Niet langer. Niet beter. Alleen echter.

Ik ga dood.
Jij ook.

En precies daarom is het de moeite waard om vandaag iets te voelen dat echt is. Iets te zeggen dat je uitstelt. Iets te doen dat geen uitstel verdraagt.

Niet omdat het moet.
Maar omdat het eindig is.

Dat is geen reden tot haast, maar wel tot helderheid.

Niet alles hoeft, maar iets wel. Niet alles vandaag, maar ook niet alles morgen.

Wat blijft is de vraag wat, binnen die begrenzing, de moeite waard is om te doen – en wat niet langer kan worden uitgesteld.

Daar wordt het concreet.

Ik heb weinig geduld voor gesprekken die nergens heen gaan. Smalltalk, prietpraat – ik haak af. Misschien omdat het voelt als tijd die al begonnen is te verdwijnen.

Daarom snijd ik het aan.

En misschien bezwijk ik ooit aan een gebroken hart. Misschien stopt het midden in iets gewoons. Hoe dan ook: als ik sterf, dan omdat ik heb geleefd. Niet omdat ik werd geleefd.

De rest volgt vanzelf.

Ondertussen adem ik.
Niet zuinig.
Maar voluit.

 

©2232026BjorKnoops