Witte schoenen

Ik kom daar eigenlijk nooit.
Niet uit principe, maar meer omdat ik mezelf graag voorhoud dat ik bewuster eet.
Totdat je er ineens toch staat.

Voor mij lag een vitrine vol dingen die ooit een vorm hadden gehad en die nu, in verschillende tinten goudbruin, vooral deden vermoeden dat vorm van ondergeschikt belang is.
Achterin siste iets in vet.

Ik bestelde iets waarvan ik hoopte dat het leek alsof ik wist wat ik deed.
Dat was niet zo.

Terwijl ik wachtte, voelde ik hoe mijn aanwezigheid zich langzaam begon af te tekenen als afwijking. Alsof de ruimte zich afvroeg wat ik hier precies kwam doen.

De eigenaresse keek steeds naar me.
Een kleine vrouw, scherp, met een blik die al besloten had dat ze iets van mij vond.

Ik had eens gelezen dat opvallend veel van dit soort zaken door Chinese families worden gerund.
Geen idee waarom.
Hier leek het logisch.

Ze zei iets.
Ik verstond het niet.
Dat had minder met de akoestiek te maken dan met haar accent.

Ze herhaalde het, nadrukkelijker, en wees naar beneden.

“Witte schoenen,” zei ze.

Ik keek ook naar beneden, alsof ik ze voor het eerst zag.
Witte sneakers.
Nubikk. Zorgvuldiger uitgekozen dan verstandig was.

“Ja,” zei ik. Moest ik nu “dank je,” zeggen?

Ze knikte, maar bleef kijken.
Niet naar mij — naar mijn schoenen.

“Wit,” zei ze weer. Met nadruk.

Ik wist niet zeker of het een compliment was.

Ik lachte maar.
Zo’n lach die aangeeft dat je begrijpt dat er iets gebeurt wat je niet helemaal begrijpt.

Degene die naast mij stond te wachten keek ook even naar mijn schoenen.

Dat leek hier, waar alles rook naar zout, vet en haast, de bedoeling.

Alleen de medewerker achterin leek andere zorgen te hebben.
Hij bleef een lege plek op het werkblad afnemen alsof hij probeerde te voorkomen dat er iets op zou verschijnen.

Maar mijn schoenen leken zich intussen moeilijk te laten vergeten.
Van achter de toonbank keek zij er weer naar.

Met een doekje dat ooit schoon moet zijn geweest
veegde ze iets weg dat al weg was.

“Heel wit,” zei ze.
Alsof daar iets mis mee was.

Ik vroeg me af waarom dit ineens onderwerp was geworden.
Dit leek me niet het soort gesprek dat hier hoorde.

De persoon naast mij had nota bene een gifgroene jas en een zachtroze broek aan.
Alsof de kleuren elkaar onderweg waren kwijtgeraakt.

Ik keek weer naar beneden, nu minder achteloos dan daarvoor.
Alsof mijn schoenen iets over mij verrieden wat ik zelf nog niet wist.
Misschien dat ik graag mijn best doe om dingen in mijn leven schoon, geordend, en onder controle te laten zijn.

Ik zweeg.
Dat leek me voldoende.

Het gesprek was echter nog niet voorbij.
Alleen de woorden waren verdwenen.

Terwijl haar handen deden wat ze moesten doen, keek ze opnieuw naar mijn schoenen, met een klein gebaar waar ik niets uit kon halen.

Zij achter de toonbank, tussen de geur van vet en herhaling.
Ik ervoor, met mijn witte schoenen, die hier eigenlijk niets te zoeken hadden.

Ik knikte.
Alsof ik zojuist iets had bevestigd waar ik zelf geen weet van had.

Er kwam iemand binnen die duidelijk wist wat hij kwam doen.
Hij bestelde zonder te kijken.
Alsof hij hier al zo lang kwam dat hij niets meer hoefde te kiezen.

Ik vroeg me af wanneer kiezen ophoudt en iets vanzelf wordt.

Terwijl ik het me afvroeg, liet ik mijn blik door de ruimte gaan.
Nergens was iets zo wit als mijn schoenen.

Ineens vond ik dat minder geruststellend dan daarvoor.

Het eten was klaar.
Ze gaf het aan me, zonder verdere toelichting, alsof alles wat gezegd moest worden al gezegd was.

Ik betaalde.

Buiten keek ik nog een keer naar mijn schoenen.

Ze waren nog steeds wit.

Maar niet meer op dezelfde manier.

 

©24052026BjornKnoops